ZX-Yagi MINI-2000: Waarom deze Antenne €659 Niet Waard Is
Disclaimer:Dit artikel weerspiegelt de persoonlijke mening en technische bevindingen van de auteur, gebaseerd op metingen en software-simulaties van één specifiek (gebruikt) exemplaar van deze antenne. Dit is een onafhankelijke, niet-commerciële review bedoeld voor educatieve doeleinden binnen de radioamateur-hobby, en nadrukkelijk geen aanval op de fabrikant of distributeurs.
Table of Contents
Als radioamateurs zoeken we altijd naar de perfecte balans tussen prestaties en fysieke ruimte. Fabrikanten spelen hier handig op in met zogenaamde ‘Mini-Beams’. Een van de bekendste is de ZX-Yagi MINI-2000 (distributie door WiMo). Op papier belooft deze 3-elements driebander voor 10, 15 en 20 meter grootse prestaties op een boom van slechts 2 meter. De ideale oplossing voor een rijtjeshuis, toch?
Onlangs haalde ik zo’n exemplaar van het dak bij een gefrustreerde amateur. (2026 gekocht) De antenne deed nagenoeg niets: geen richtingwerking, een drama om af te stemmen en de beloofde voor-achterverhouding (F/B) van 8 dB was nergens te bekennen.

Tijd om de antenne op de werkbank te leggen, de meetapparatuur aan te sluiten en het ontwerp door MMANA-GAL te jagen. De conclusie is pijnlijk: deze antenne van ruim €650,- roept dit specifieke ontwerp een aantal opmerkelijke mechanische en HF-technische vragen op.

Alles hangt aan een buisje van 12mm!
Normaal bouw je een antenne-element op van dik naar dun: je begint bij de boom met een dikke pijp en die loopt naar de uiteinden toe dun uit. De MINI-2000 doet dit precies verkeerd om, waardoor het een soort omgekeerde kerstboom wordt:
Zware verlenging: Over dat dunne 12 mm buisje heen schuiven ze ineens een dikkere radiaal van 16 mm. Aan die 16 mm pijp hangen vervolgens de zware traps (spoelen) voor 10 en 15 meter, en dáárachter komt pas het laatste deel van de radiaal voor de 20-meterband!
Zacht kunststof: In het midden van het element zit een zacht kunststof spoellichaam waar de twee spoelen op zijn gewikkeld. Dit kunststof is zo zacht dat het door de hitte van de zon (of door flink zendvermogen!) makkelijk kan vervormen en doorbuigen. Er zit wel een glasfiber buis omheen, maar de basis is slap.
Het 12mm bottleneck: Uit dit zachte kunststof spoellichaam komt een flinterdun aluminium pijpje van slechts 12 mm.
Snap je het nog? Dus de hele buitenkant vanaf de boom de radiale – inclusief de zware traps en de lengte elementen voor 20 meter – hangt dus volledig te bungelen aan een dun buisje van 12 mm dat in zacht kunststof is gedrukt. Bij de eerste de beste storm krijgt dit dunne punt zoveel mechanische opdonders dat de boel onherroepelijk doorbuigt of afbreekt.
Aluminium & Popnagels
Hoge weerstand: Tijdens mijn metingen aan het rode element (de reflector) resulteerde dit in een extreem hoge overgangsweerstand. Elektrisch gezien was de verbinding volledig onderbroken.
Slechte verbindingen: De spoelen zijn aan die dunne elementen bevestigd met popnagels.
Oxidatie-hell: Na een paar seizoenen buiten slaat de oxidatie onbarmhartig toe tussen het aluminium en de popnagel.
Het Insectenhotel
Bij de resonantiekringen /traps heeft de fabrikant, om condensvocht te laten weglopen, gaten in de traphuls geboord. Echter, deze gaten zijn maar liefst 1 cm groot. (Dat de condensgaten naar beneden moeten worden gemonteerd om condensvocht te laten weglopen)
Dit is een open uitnodiging voor spinnen, vliegjes en andere insecten. De insecten binnenin je spoelbehuizing verandert de capaciteit en de inductie van je spoel drastisch, waardoor de antenne volledig buiten de amateurbanden resonant wordt.
(Tussen haakjes “ moet naar onder staan” is niet helemaal duidelijk. Even vermelden dat de condensgaten verkeerd om zijn gemonteerd (als dat zo is) Voor de spinnetjes maakt ‘t niet uit
Natuurlijk weet ik wat je bedoelt maar ook de leek, en dat zijn er heel veel, moet begrijpen wat je schrijft. .
2. De Fataal Geplaatste U-Beugels: Een opmerkelijke HF-constructiekeuze
Tijdens het bestuderen van de montageconstructie op de werkbank stuitte ik op een ontwerpfout die elke HF-antennebouwer de haren te bergen doet rijzen.

Kijk goed naar de constructie op de foto. De glasfiber pijp waarin de spoelen zitten, wordt met stalen U-beugels en een dikke metalen klemplaat rechtstreeks op de boom geklemd. De fabrikant heeft de beugels exact op de hoogte van de spoelwikkelingen geplaatst!
HF-technisch heeft deze opstelling een flinke invloed op de prestaties van de spoelen. Een spoel (inductie) werkt door het opbouwen van een magnetisch veld rondom de wikkelingen. Wanneer je daar een massieve stalen U-beugel met de klemplaat direct tegenaan drukt, gebeuren er drie dingen:
- De zelfinductie (µH) stort in: Het metaal werkt als een kortsluitring (wervelstromen), waardoor de effectieve inductie drastisch afneemt.
- Parasitaire capaciteit: De beugel en de spoelwikkelingen vormen samen een ongewenste condensator.
- HF-Verliezen: Een aanzienlijk deel van je kostbare zendvermogen wordt in de stalen beugels simpelweg omgezet in warmte.
3. Het Mysterie van de Spoelen ontrafeld (µH Waardes)
Om te begrijpen wat de antenne écht doet, heb ik de spoelen losgekoppeld en nagemeten op een schone werkbank (vrij van metaal). Omdat de MINI-2000 zwaar verkort is, leunt het ontwerp volledig op deze inductieve verlenging om resonantie te vinden. Dit zijn de harde, gemeten feiten:
- Director & Reflector: Bevatten spoelen die zo’n 15 cm uit elkaar zitten. De werkelijke waarde is 1,79 µH (dus 2x per element).
- Dipool (Straler): Bevat twee spoelen direct bij het voedingspunt (bij de plug/connector) van elk ongeveer 1,5 µH.
Met deze exacte waarden kunnen we eindelijk een betrouwbare simulatie maken in MMANA-GAL.
4. MMANA-GAL Analyse: De Originele Lengtes vs. De Realiteit
Wanneer we de originele geometrie van de Mini-2000 invoeren in MMANA-GAL, zien we direct waarom de antenne in de praktijk zo slecht presteert.
In het originele softwaremodel (vaak geoptimaliseerd met fictieve LC-loads om op papier een mooie 50 Ohm SWR te forceren) leunt het ontwerp op zware compensaties. Maar voeren we de harde praktijkwaarden in (Type 1 Load: vaste spoelen van 1,79 µH en 1,5 µH), dan stort het kaartenhuis in elkaar.
De harde cijfers uit de simulatie (Origineel):
- Gain (Winst) op 20m: Vrijwel 0 dBi (vergelijkbaar met een simpele dipool).
- Voor-achterverhouding (F/B) op 20m: Slechts 1 à 2 dB. De computer bevestigt hiermee exact de klacht van de gefrustreerde amateur: de richtingwerking is zo goed als nul.
- Impedantie: Sterk afhankelijk van de exacte staat van de spoelen. Zodra er overgangsweerstand optreedt, schiet de SWR alle kanten op.
Het stralingspatroon op de 20-meterband laat zien dat de antenne nagenoeg rondstralend is. Er is amper sprake van een voor-achterverhouding. Hoe komt dat? De wetten van de natuurkunde laten zich niet foppen. Een boomlengte van slechts 2 meter is op een golflengte van 21 meter (20m-band) simpelweg veel te kort. De elementen staan zo dicht op elkaar dat er geen fatsoenlijke phasing (faseverschuiving) kan optreden. De spoelen maken de antenne wel elektrisch resonant, maar veranderen niets aan de veel te korte boom.
5. Het ‘Forced Yagi Model’ Experiment
De winst van een langere boom (Simulatieresultaten):
Als we in MMANA-GAL de fysieke elementen vasthouden, maar de boomlengte virtueel gaan opschuiven, zien we het stralingspatroon op 20 meter live veranderen:
- Bij een boom van 4,50 meter: De brede lob aan de achterkant trekt direct naar binnen. De voor-achterverhouding stijgt naar 12 dB.
- Bij een boom van 5,00 meter: De antenne bereikt zijn optimale phasing. De F/B-ratio schiet omhoog naar ruim 18 dB en er ontstaat een diepe ‘null’ aan de achterzijde.
Dit bewijst zwart-op-wit dat je met spoelen de natuurkunde niet kunt dwingen: voor een écht Yagi-patroon is fysieke lengte noodzakelijk!
Om te kijken wat er gebeurt als we de antenne dwingen om zich wél als een echte richtantenne te gedragen, heb ik in MMANA-GAL een aangepast model gebouwd: de Mini-2000 PD0G Forced Yagi.

In dit model zijn de elementen fysiek gecorrigeerd om de phasing te dwingen:
- Reflector: Fysiek verlengd naar een spanwijdte van 4,40 meter (tips op 2,20m).
- Director: Fysiek ingekort naar een spanwijdte van 3,70 meter (tips op 1,85m).
- Loads: De spoelen in het centrum zijn teruggebracht naar een realistischere waarde rond de 2,47 – 2,55 µH om de pure 50 Ohm impedantie stabiel te krijgen.
Het resultaat in de computer:
De 50 Ohm aanpassing (SWR) ziet er in dit Forced Yagi-model vele malen beter en breedbandiger uit. Op de 10- en 15-meterbanden ontstaat er door de gewijzigde elementlengtes eindelijk een acceptabel stralingspatroon met een duidelijke demping aan de achterzijde.
Echter, op de 20-meterband blijft het resultaat teleurstellend. Zelfs met een verlengde boom in dit model (3,02 meter) is de afstand nog altijd slechts 0.14 golflengte. Het stralingspatroon vertoont hierdoor een brede, lobbige achterkant. De conclusie is onomstotelijk: wil je op 20 meter écht een strakke pijl in je stralingspatroon, dan moet de boom onherroepelijk naar de 4,5 tot 5 meter worden opgerekt.
Conclusie: Ik loop er met een boog omheen
Voor een bedrag van €650,- vinden wij de MINI-2000 in deze originele staat een lastig te verantwoorden investering. De antenne bevat snel geoxideerde popnagels, te grote vochtgaten, een slappe mechanische constructie die op een 12mm buisje rust, en een metalen U-beugelconstructie die de werking van je spoelen direct de nek omdraait.”
Wil je hem toch herstellen? nou sux6 ermee. (mij niet bellu)
- Boor de popnagels uit en vervang ze door rvs-schroeven met geleidende pasta.
- Haal de stalen U-beugels weg van de spoelen en monteer de elementen met kunststof Stauff-klemmen.
- Verstevig dat zwakke 12mm overgangspunt voordat de eerste storm de antenne dubbelvouwt.
Deel jou ervaring of reactie , onderin de pagina.
73′ PD0G
Foto
1. spoellichaam met verlengspoel.
2. 10mm rond gat in trap.
3. De Antenne gedemonteerd.
4. Verbinding los gebroken
5. 12mm buis
6. Dop stoelpoot.
Wimo ZX-yagi mini2000
Alle HF artikels








Wat een verhaal zeg leuk om te lezen Gerton bedankt dat je dit met me deel
ja dat is er weer zo eentje. zo slecht.